Klimaatadaptatie in de stad

Klimaatadaptatie gaat de effecten van klimaatverandering tegen en kan een bijdrage leveren aan een klimaatbestendig Nederland. De adaptatie is mogelijk door het aanleggen van klimaatbuffers. In het zesde en laatste deel van de artikelreeks komt klimaatadaptatie in de stad aan bod.

Het stadsklimaat wijkt wezenlijk af van het buitengebied. Verharde oppervlakken, stedelijke energiebronnen en de grotere hoeveelheid (fijn)stof zorgen voor een temperatuurverschil met het buitengebied tot 6°C. De verwachting is dat dit 'stedelijk hitte-eiland effect' de komende jaren tot een verschil van wel 10°C met het buitengebied kan oplopen.

Dit heeft grote gevolgen voor de leefbaarheid van onze steden en de gezondheid van haar inwoners. Tijdens periodes van 'hittestress' neemt arbeidsproductiviteit af, stijgt het sterftecijfer onder kwetsbare groepen als ouderen en leidt dit tot een toename van agressief gedrag. Ook voor diersoorten heeft dit gevolgen: nu al houden bepaalde vogelsoorten zoals de houtduif en de blauwe reiger regelmatig een tropische broedcyclus aan in de stad.

In het stedelijke gebied moet klimaatadaptatie vanwege de schaarse ruimte komen van relatief kleine projecten. Vegetatiedaken, begroeide gevels, stadsbomen, wadi's, waterpleinen en halfbestrating kunnen werken als klimaatbuffer. Ze bufferen regenwater waardoor pieken in de afvoer vermeden worden en zorgen voor verdamping wat opwarming vermindert. Bovendien vormen ze een biotoop voor dieren en planten in de stad.

Adaptatie
Het klimaat in de stad is te veranderen door toepassing en het juiste ontwerp van groen, water, gebouwen, stedelijke structuur en gedrag. Groen in openbare ruimte en parken, stadsbomen, groene daken en gevels verlaagt de temperatuur effectief en houdt wat